maandag 7 juli 2008

Tarski

En ik die dacht dat ik na het verbeterwerk meer tijd ging hebben om te lezen en te bloggen... . Tijd voor het lezen is er wel geweest, maar blijkbaar minder om te bloggen.

Vermits ik beloofd heb om tegen het einde van december een tekst te schrijven over Tarski in een verzameling opstellen met als titel "The historical reception of St. Augustine", heb ik besloten om mijn zomerse filosofische lectuur in functie van dit project te organiseren. Gelet op de context waarin het artikel is geplaatst, zal de nadruk liggen op Tarski's filosofisch relevante werk, m.a.w. op zijn waarheidsdefinitie. Ik heb alvast Tarski's (verkorte) waarheidsartikel "On the semantic conception of truth" herlezen en heb me nu op een Franse vertaling van zijn "Der Wahrheitsbegriff in der formalisierten Sprachen" gestort. Dit laatste werk had ik nog nooit gelezen. Tussendoor probeer ik ook enkele andere moderne teksten over het begrip waarheid te lezen (in een van de vorige solden bij OUP heb ik een bundel met waarheidsartikelen op de kop kunnen tikken ( Truth, Oxford Readings in Philosophy) dus die komen nu goed van pas). Terwijl ik Tarski's werk toch een beetje ken vanuit mijn "carrière" in de wiskundige logica, is dat veel minder het geval met het werk van Augustinus. Behalve de obligate 3 pagina's in de cursus geschiedenis van de antieke en middeleeuwse wijsbegeerte en een en passant vermelding in een college over Wittgenstein weet ik nagenoeg niets over Augustinus. Om deze lacune op te vullen staan in eerste instantie op het programma: "Augustine. A very short introduction" en het artikel over Augustinus' opvattingen over taal en epistemologie in "The Cambridge Companion to St.Augustine". Na het lezen van deze teksten hoop ik in staat te zijn om de relevante teksten van Augustinus te kunnen identificeren en te lezen.


Tussendoor heb ik dit weekeinde Achterhuis' afscheidsrede "Lof en troost van de filosofie" ter gelegenheid van zijn emeritaat aan de Universiteit Twente gelezen. Het is een vlot leesbare rede die echter bulkt van de vooroordelen tegenover analytische filosofie. Later schrijf ik hierover wel iets meer. De volgende "uitdagende hypothese" van Achterhuis wil ik de lezer alvast niet onthouden:

"De anglo's mogen op hun beperkte vakgebied [...] ongetwijfeld interessant en waardevol onderzoek verrichten. Zodra zij zicht daar wetenschappelijk of maatschappelijk buiten wagen, gaat het mis. Dan zijn ze ineens al hun stelregels over helderheid en argumentatie vergeten. Op al deze bredere terreinen lijkt het mij dat continentale denkers veel zorgvuldiger met argumenten en vooronderstellingen omgaan."

Zou Achterhuis het werkje van de continentale filosoof Badiou over ethiek gelezen hebben? Later hierover meer.

1 opmerking:

Gert zei

Achterhuis leest waarschijnlijk je blog.